Algemeen
Bejaarde man (82) steelt in supermarkt omdat hij niet rondkomt met AOW
In een supermarkt in Rotterdam voltrok zich onlangs een schrijnende scène die velen aan het denken zet. Een 82-jarige man werd betrapt op winkeldiefstal. Niet vanwege inhaligheid of criminele motieven, maar simpelweg omdat hij niet meer rondkomt van zijn AOW-uitkering. Het incident is niet alleen ontroerend, maar ook confronterend: het legt bloot hoe kwetsbaar ouderen kunnen zijn in een samenleving die vaak te weinig oog heeft voor stille nood.

Een leven lang gewerkt, en toch tekort
De man, die we in dit verhaal Jan noemen, werkte zijn hele leven in de bouw. Zijn lichaam is inmiddels versleten, zijn spaargeld opgeslokt door medische kosten. Wat overblijft, is enkel de AOW. Daarmee moet hij rondkomen in een stad als Rotterdam, waar de levensstandaard hoger ligt dan gemiddeld. Dat lukt niet altijd. Jan moest kiezen tussen vaste lasten, medicijnen of eten — en maakte één keer de keuze om wat boodschappen onbetaald mee te nemen.

Niet uit onwil, maar uit nood
Toen Jan werd aangesproken door supermarktmedewerkers, bekende hij direct. Geen smoesjes, geen agressie. Alleen de pijnlijke waarheid: “Ik kan niet rondkomen van mijn AOW.” Zijn eerlijkheid raakte het personeel, dat ondanks hun verplichting tot melding, humaan handelde. Ook de politie toonde begrip en besloot Jan geen boete op te leggen. Wel kreeg hij een gesprek — en hopelijk ook hulp.

Een groter, groeiend probleem
Het geval van Jan staat niet op zichzelf. Steeds vaker raken hulpverleners ouderen tegen die op of onder de armoedegrens leven. De kosten voor huur, energie en zorg rijzen de pan uit, terwijl de AOW nauwelijks meegroeit. Voor alleenstaanden bedraagt die uitkering gemiddeld zo’n 1.300 euro per maand. In de praktijk is dat onvoldoende om fatsoenlijk van te leven. Veel ouderen schamen zich voor hun situatie en durven geen hulp te vragen. Daardoor blijven hun problemen vaak onzichtbaar.

Structurele tekortkomingen in het systeem
De situatie van Jan is een stille aanklacht tegen een systeem dat faalt in zijn zorgplicht. De solidariteit die ouderen in hun werkzame leven toonden, wordt niet altijd beantwoord met waardigheid op latere leeftijd. Het sociale vangnet blijkt voor velen niet toereikend. Dit roept de vraag op: hoe kan het dat mensen na een leven van bijdragen toch in zulke omstandigheden terechtkomen?

Wat moet er veranderen?
Er zijn verschillende oplossingen denkbaar. Zo zou de AOW verhoogd kunnen worden, of zou er automatische inkomensondersteuning moeten komen voor kwetsbare ouderen. Lokale overheden kunnen actiever zijn in het benaderen van senioren in financiële nood, bijvoorbeeld via voedselbanken of huisbezoeken. Ook vrijwilligersorganisaties, die vaak als eerste signalen opvangen, verdienen meer structurele steun en waardering.

Samen tegen stille ouderdomsarmoede
Meer dan ooit is er behoefte aan een bredere maatschappelijke discussie over ouderdom, armoede en waardigheid. Het gesprek moet open gevoerd worden, zonder oordeel, maar met empathie. Want niemand mag op hoge leeftijd nog worstelen met honger, kou of eenzaamheid — laat staan met schaamte.

Een waardige oude dag voor iedereen
Het verhaal van Jan is aangrijpend, maar niet hopeloos. Het is een krachtige oproep tot actie: aan beleidsmakers, aan gemeentes, en aan ons als samenleving. Ouderdom hoort gepaard te gaan met rust en respect, niet met onzekerheid en vernedering. Tijd voor beleid dat ouderdom eert in plaats van straft. Tijd voor menselijkheid — in elke kassa, elke straat en elk beleidstuk.
Algemeen
Schokkend nieuws: een tragisch einde voor oplichter Jetten: ‘Eindelijk gestraft’

Wat jarenlang in Den Haag werd gezien als een vanzelfsprekende, bijna vanzelfsprekende alliantie, lijkt definitief tot het verleden te behoren. De politieke samenwerking tussen Rob Jetten (D66) en Jesse Klaver (GroenLinks/PvdA) vertoont diepe scheuren en volgens ingewijden is van echte chemie nauwelijks nog sprake. Waar zij ooit als een soort progressief “power couple” werden beschouwd — eensgezind, zichtbaar en ideologisch verbonden — is nu vooral afstand, irritatie en wederzijds onbegrip voelbaar.

De breuk is niet plotseling ontstaan. Ze is het resultaat van weken, zo niet maanden, van oplopende spanningen, botsende strategieën en fundamenteel verschillende visies op hoe politiek bedrijven er in deze fase uit moet zien. Recente debatten maakten pijnlijk duidelijk dat wat ooit als complementair werd gezien, nu vooral schuurt.
Van bondgenoten naar tegenpolen
Jetten en Klaver stonden jarenlang symbool voor de progressieve samenwerking in Nederland. In talkshows, Kamerdebatten en klimaattoppen waren ze vaak samen te zien. De één scherp en ideologisch, de ander verbindend en strategisch. Samen vormden ze een herkenbaar front tegen rechts-populistische stromingen, tegen stilstand in klimaatbeleid en tegen groeiende ongelijkheid.
Die samenwerking werkte, zolang de omstandigheden relatief overzichtelijk waren en de vijand duidelijk. Maar nu de politieke realiteit complexer is geworden — met fragiele meerderheden, moeizame coalities en electorale druk — blijken hun verschillen steeds minder te overbruggen.

De hypotheekrenteaftrek als breekpunt
Het dossier dat de onderlinge spanningen definitief zichtbaar maakte, is de afbouw van de hypotheekrenteaftrek. Een thema dat al jaren gevoelig ligt, niet alleen in de Kamer, maar ook bij kiezers.
Voor Jesse Klaver is de positie helder en al lange tijd onveranderd: het systeem is ongelijk, bevoordeelt hogere inkomens en moet fundamenteel worden hervormd. Het is voor hem een ideologisch kernpunt, passend bij zijn bredere visie op herverdeling en rechtvaardigheid.
Rob Jetten staat daar anders in. Hoewel hij inhoudelijk niet per se tegen hervorming is, bevindt hij zich in een politieke werkelijkheid waarin compromissen onvermijdelijk zijn. Regeren betekent voor hem: stappen zetten die haalbaar zijn, ook als ze niet ideaal zijn.
Tijdens een recent debat probeerde Jetten de scherpe randjes af te vijlen:
“We hebben gekeken naar wat nodig is om de woningmarkt gezonder te maken. De experts zijn duidelijk: op lange termijn moet je ervan af.”
Het was een typische Jetten-zin: inhoudelijk richtinggevend, maar voorzichtig geformuleerd. Voor Klaver was dat precies het probleem. Waar hij helderheid en durf wil, ziet hij bij Jetten terughoudendheid en afzwakking.

“Er zijn al zoveel breekpunten gepasseerd…”
Het moment waarop de spanning echt voelbaar werd, kwam toen Jetten zichtbaar vermoeid in de plenaire zaal zei:
“Er zijn al zoveel breekpunten gepasseerd de afgelopen weken…”
Die opmerking ging over meer dan alleen de hypotheekrenteaftrek. Voor veel waarnemers klonk het als een verzuchting van iemand die het gevoel heeft voortdurend over zijn eigen grenzen te moeten gaan. Alsof hij probeerde een samenwerking in stand te houden die intern al was vastgelopen.
Volgens insiders is dit precies waar het misging. Jetten voelt zich steeds vaker klemgezet tussen zijn eigen partij, coalitiepartners en de verwachtingen van progressieve bondgenoten. Klaver, zo wordt gefluisterd, zou vinden dat Jetten te snel toegeeft en te weinig strijdt.

Idealisme versus pragmatisme
De kern van het conflict lijkt te liggen in hun politieke karakter.
Jesse Klaver blijft de idealist. De politicus van grote woorden, duidelijke lijnen en principiële standpunten. Voor hem is politiek in de eerste plaats een moreel kompas: je staat ergens voor, en daar wijk je niet zomaar van af.
Rob Jetten is de pragmaticus. Iemand die gelooft in vooruitgang via haalbare stappen, via onderhandelingen en via het zoeken naar meerderheden. Voor hem is politiek niet alleen zeggen wat juist is, maar vooral zorgen dat er íets gebeurt.
Ooit vulden die rollen elkaar aan. Nu botsen ze frontaal.
De druk van regeren
De huidige politieke constellatie maakt de situatie extra explosief. Op het dossier van de hypotheekrenteaftrek staan de partijen lijnrecht tegenover elkaar:
-
D66 wil afbouw
-
CDA staat daar inmiddels ook voor open
-
VVD wil er absoluut niet aan tornen
Jetten zit daarmee gevangen tussen twee werelden. Aan de ene kant de progressieve visie die hij deelt met Klaver, aan de andere kant de compromissen die nodig zijn om überhaupt beleid van de grond te krijgen.
Klaver heeft die druk niet in dezelfde mate. Als oppositieleider kan hij scherper zijn, duidelijker, minder gebonden aan bestuurlijke realiteit. Dat verschil in positie vergroot het onderlinge onbegrip.
Een insider vatte het treffend samen:
“Jesse vindt dat Rob te veel toegeeft. Dat hij te snel buigt. Dat knaagt.”
Een symbolisch moment
Het debat dat onlangs viraal ging op sociale media wordt inmiddels gezien als het symbolische eindpunt van hun politieke band. Klaver keek zichtbaar weg terwijl Jetten sprak. Jetten klonk vermoeid, minder energiek dan normaal.
Het was geen explosieve ruzie, geen harde woordenwisseling. Maar juist die stilte, die afstand, zei alles. Het deed denken aan twee mensen die op een feest naast elkaar staan, maar elkaar niet meer aankijken.
Wat betekent dit voor progressief Nederland?
De verwijdering tussen Jetten en Klaver is meer dan een persoonlijk conflict. Ze staat symbool voor een bredere spanning binnen progressief Nederland:
-
idealisten versus pragmatisten
-
principes versus compromissen
-
harten versus hoofden
De vraag die nu boven de markt hangt, is hoe duurzaam progressieve samenwerking nog is als de onderlinge vertrouwensband zo zichtbaar beschadigd is.
Vooruitblik: wat nu?
Met nieuwe formatierondes in het vooruitzicht wordt de situatie extra precair. Wie trekt straks met wie op? En belangrijker: wie durft nog te bouwen op een bondgenootschap dat zo openlijk is gescheurd?
Voorlopig lijkt de politieke “liefde” tussen Rob Jetten en Jesse Klaver verdwenen. Wat overblijft, is een kille professionaliteit — en de wetenschap dat zelfs de sterkste allianties kunnen bezwijken onder druk.
In Den Haag wordt inmiddels gefluisterd dat dit niet zomaar een tijdelijke crisis is, maar een structurele breuk. Of die ooit nog te lijmen valt, is hoogst onzeker. Eén ding is duidelijk: het tijdperk waarin Jetten en Klaver vanzelfsprekend samen optrokken, lijkt voorbij.