Nieuws
Schokkende appberichten Hugo de Jonge tijdens coronacrisis openbaar gemaakt
Voormalig zorgminister Hugo de Jonge is tijdens zijn verhoor door de parlementaire enquêtecommissie corona geconfronteerd met opvallende berichten die hij tijdens de coronacrisis naar toenmalig justitieminister Ferd Grapperhaus stuurde. De Jonge uitte daarin stevige frustraties over de politiek en zijn collega’s. Zo zei hij over Kamerleden: „Ooit zullen ze gestraft worden in het hiernamaals.”
De berichten geven een inkijkje in de manier waarop achter de schermen binnen het kabinet werd gesproken tijdens een van de meest ingrijpende periodes uit de recente Nederlandse geschiedenis.
De Jonge was destijds als minister van Volksgezondheid een van de belangrijkste gezichten van het coronabeleid.
Tijdens zijn verhoor kwam niet alleen het gevoerde beleid aan bod, maar werd hij ook geconfronteerd met zijn eigen communicatie uit die periode.
‘Gestraft in het hiernamaals’
Een van de opvallendste uitspraken deed De Jonge in een bericht aan Grapperhaus.
In aanloop naar een coronadebat uitte hij zijn frustratie over Kamerleden. Daarbij zei hij:
„Ooit zullen ze gestraft worden in het hiernamaals en misschien nog wel eerder.”
Ook sprak De Jonge volgens de tijdens het verhoor behandelde communicatie over de hoeveelheid tijd die het kabinet kwijt was aan de parlementaire verantwoording tijdens de crisis.
„Dan wordt eindelijk verteld hoe de Kamer de brandweer van het werk heeft gehouden deze crisis”, stelde hij.
Met de ‘brandweer’ verwees De Jonge naar de mensen die vanuit het kabinet en het ministerie van Volksgezondheid bezig waren met de bestrijding van de coronacrisis.
De uitspraak laat zien hoe groot zijn frustratie op dat moment was over de verhouding tussen het bestrijden van de crisis en de tijd die nodig was voor politieke debatten en verantwoording.
“Ooit gaan ze gestraft worden in het hiernamaals en misschien nog wel eerder.”Dat zei Hugo de Jonge over kamerleden uit de senaat in aanloop van een coronadebat. Hij deed de uitspraak in een spraakmemo aan Grapperhaus, die gister al geconfronteerd werd met pijnlijke uitspraken. pic.twitter.com/WLQqBks1Hq
— Jeanneau van Beurden (@VanJeanneau) September 3, 2026
Ook harde woorden over collega
Niet alleen Kamerleden kregen er in de onderlinge communicatie van langs.
Ook toenmalig minister Kajsa Ollongren werd door De Jonge op weinig vleiende wijze omschreven.
Hij noemde haar volgens de berichten een ‘bak grind’.
Dergelijke uitspraken werden destijds niet publiek gedaan, maar kwamen nu door het onderzoek van de parlementaire enquêtecommissie naar buiten.
De berichten bieden daarmee een beeld van de onderlinge irritaties en spanningen die tijdens de coronacrisis achter gesloten deuren speelden.
De Jonge vond debatten tijdrovend
Tijdens zijn verhoor erkende De Jonge dat het afleggen van verantwoording aan de Tweede Kamer vanzelfsprekend onderdeel was van zijn functie als minister.
Tegelijkertijd maakte hij duidelijk dat de hoeveelheid werk die daarmee gepaard ging volgens hem soms zeer groot was.
Coronadebatten konden vele uren duren en Kamerleden dienden regelmatig tientallen moties in.
Volgens De Jonge betekende dat voor zijn ministerie dat telkens nauwkeurig moest worden bijgehouden wat er met al die moties was gebeurd.
„Ieder debat waren er meer dan dertig moties en we moesten van iedere motie vertellen wat ermee was gedaan, anders kregen we die vraag tijdens het debat”, legde hij uit.
Vanuit zijn perspectief legde dat tijdens een acute crisis extra druk op het ministerie.
Kamerleden hadden juist andere kritiek
Vanuit de Tweede Kamer werd destijds juist kritiek geuit op de manier waarop informatie door het kabinet werd aangeleverd.
Voormalig PVV-Kamerlid Fleur Agema stelde bijvoorbeeld dat Kamerleden stukken soms zo laat ontvingen dat er nauwelijks tijd overbleef om zich goed op een debat voor te bereiden.
Volgens haar kwam het op bepaalde momenten neer op slechts ongeveer veertig seconden per pagina.
De Jonge gaf tijdens zijn verhoor een andere verklaring voor de grote hoeveelheid informatie.
Zijn ministerie probeerde volgens hem juist zo volledig mogelijk te zijn.
Daarmee worden tijdens de enquête twee verschillende perspectieven zichtbaar: ministers die tijdens een uitzonderlijke crisis grote tijdsdruk ervoeren en Kamerleden die tegelijkertijd vonden dat zij voldoende en tijdig geïnformeerd moesten worden om hun controlerende taak te kunnen uitvoeren.
Dag eerder was Grapperhaus aan de beurt
Opvallend genoeg is De Jonge niet de enige voormalige bewindspersoon van wie stevige privéberichten tijdens de verhoren aan bod kwamen.
Een dag eerder verscheen voormalig minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus voor de commissie.
Ook hij werd geconfronteerd met berichten die hij tijdens de coronaperiode verstuurde.
Daaruit bleek dat Grapperhaus achter de schermen soms harde woorden gebruikte voor collega’s en lokale bestuurders.
Grapperhaus noemde collega ‘soepjurk’
Voormalig onderwijsminister Arie Slob werd door Grapperhaus in zijn berichten onder meer omschreven als een ‘soepjurk’ en een ‘jankerd’.
Ook over enkele burgemeesters uitte hij zich stevig.
Over de Nijmeegse burgemeester Hubert Bruls schreef hij volgens de voorgelezen communicatie dat die ‘de ziekte’ kon krijgen.
Burgemeester Paul Depla werd door hem omschreven als iemand ‘zonder ruggengraat’.
Tijdens zijn verhoor werd Grapperhaus gevraagd hoe dergelijke uitspraken moesten worden gezien.
‘Het was een uitlaatklep’
Grapperhaus legde uit dat de berichten voor hem destijds als een vorm van uitlaatklep functioneerden.
De coronacrisis betekende voor ministers en andere bestuurders maandenlang enorme druk, lange werkdagen en voortdurend ingewikkelde beslissingen.
Dat verklaart volgens hem de toon van sommige privéberichten, al neemt dat vanzelfsprekend niet weg dat de uitspraken nu opvallend zijn wanneer ze openbaar worden gemaakt.
Tijdens het voorlezen van enkele berichten reageerde Grapperhaus op sommige momenten met een lach.
Dat leverde eveneens reacties op, maar uit zo’n reactie alleen kan niet worden afgeleid hoe hij inmiddels inhoudelijk tegen zijn toenmalige uitspraken aankijkt.
Enquête kijkt verder dan alleen appjes
De openbaar geworden communicatie trekt veel aandacht, maar vormt slechts een onderdeel van het veel bredere onderzoek.
De parlementaire enquête moet duidelijkheid geven over de besluitvorming tijdens de coronapandemie en de manier waarop kabinet, ministeries en andere instanties hebben gehandeld.
Daarbij wordt onder meer gekeken naar de informatievoorziening, politieke besluitvorming, crisisorganisatie en de verhouding tussen kabinet en parlement.
Privéberichten kunnen daarbij inzicht geven in hoe betrokken bewindspersonen op bepaalde momenten werkelijk tegen situaties aankeken.
Bijzonder inkijkje achter de schermen
De berichten van De Jonge en Grapperhaus laten in ieder geval zien dat de spanningen tijdens de coronaperiode achter de schermen soms hoog opliepen.
Waar Nederlanders ministers voornamelijk zagen tijdens persconferenties, debatten en interviews, werd intern aanzienlijk directer gesproken.
Voor Hugo de Jonge leverde zijn verhoor daardoor niet alleen vragen over het coronabeleid op. Ook zijn eigen woorden uit die periode kwamen opnieuw op tafel, met zijn uitspraak dat Kamerleden ooit ‘gestraft worden in het hiernamaals’ als een van de meest opvallende voorbeelden.