Bekende Nederlanders
Flinke klap voor Maarten van Rossem (82)
Maarten van Rossem heeft met verbazing en ergernis gereageerd op het verdwijnen van het naamplaatje van zijn bekende bankje in het Utrechtse Wilhelminapark. Het gouden bordje, dat vorig jaar als eerbetoon aan de historicus werd geplaatst, blijkt te zijn verwijderd. Volgens Van Rossem is er sprake van pure vernieling.
De historicus ontdekte het zelf tijdens een wandeling door het park. Toen hij bij het bankje aankwam dat zijn naam draagt, zag hij direct dat er iets mis was. Het gouden plaatje was verdwenen en ook het bankje zelf bleek beklad met diverse tekens en graffiti.
Hoewel Van Rossem geschrokken is van de vernieling, zegt hij tegelijkertijd niet volledig verrast te zijn. Volgens hem kampt het park al langer met bezoekers die weinig respect tonen voor de openbare ruimte.
Bijzonder eerbetoon verdwenen
Het bewuste naamplaatje werd in 2025 door de gemeente Utrecht geplaatst ter gelegenheid van Van Rossems jubileum als jurylid van De Slimste Mens. Daarmee wilde de stad de populaire historicus eren voor zijn jarenlange bijdrage aan het televisieprogramma.
Op het bordje stond een speelse tekst waarin Van Rossem werd omschreven als een wandelende encyclopedie en een autoriteit op het gebied van kennis en geschiedenis. Het bankje groeide daardoor uit tot een herkenbaar punt in het park en trok regelmatig bezoekers die er even wilden plaatsnemen of een foto wilden maken.
Voor veel Utrechters kreeg het bankje daardoor een bijzondere betekenis. Juist daarom vindt Van Rossem het jammer dat het persoonlijke eerbetoon nu deels verdwenen is.
“Geen souvenir, maar diefstal”
De historicus maakt duidelijk dat hij het voorval niet ziet als een onschuldige grap. Volgens hem gaat het simpelweg om diefstal en vernieling van openbaar bezit.
Een beloning voor degene die het plaatje terugbrengt, ziet hij dan ook niet zitten. Met zijn kenmerkende droge humor merkte hij op dat hij eerder geneigd zou zijn zo iemand stevig aan te spreken dan te belonen.
Volgens Van Rossem laat het incident zien hoe sommige mensen omgaan met spullen die voor iedereen bedoeld zijn. Hij vindt dat een zorgelijke ontwikkeling.
Kritiek op gedrag in het park
Het verdwijnen van het plaatje staat volgens Van Rossem niet op zichzelf. Hij uit al langer kritiek op het gedrag van sommige bezoekers van het Wilhelminapark.
De historicus zegt zich regelmatig te ergeren aan zwerfafval, vernielingen en andere vormen van overlast. Vooral na grote evenementen of drukke dagen ziet hij volgens eigen zeggen hoe het park er soms rommelig bij ligt.
Daarbij benadrukt hij dat het volgens hem niet draait om afkomst of achtergrond, maar om respect voor de omgeving. Mensen die openbare ruimtes vervuilen of beschadigen, zorgen er volgens hem voor dat iedereen daar uiteindelijk de gevolgen van merkt.
Ideeën voor beter beheer
Zoals vaker komt Van Rossem ook met enkele opvallende voorstellen om de situatie te verbeteren. Zo pleit hij voor meer toezicht in het park en denkt hij dat een vaste beheerder veel problemen zou kunnen voorkomen.
Daarnaast noemt hij de mogelijkheid om het park in de avonduren af te sluiten, al beseft hij dat dit waarschijnlijk lastig uitvoerbaar is. Ook suggereert hij met een knipoog dat bezoekers misschien beter een replica van het plaatje zouden kunnen kopen dan het origineel mee te nemen.
Achter die humor schuilt echter een serieuze boodschap: volgens Van Rossem verdient een openbaar park beter onderhoud en meer bescherming tegen vandalisme.
Onzeker of plaatje terugkeert
Voorlopig is niet bekend of het verdwenen bordje wordt teruggevonden. Ook is nog onduidelijk of de gemeente een nieuw exemplaar zal laten maken.
Voor Van Rossem gaat het inmiddels niet alleen meer om het plaatje zelf, maar vooral om het principe. Volgens hem laat het incident zien hoe kwetsbaar openbare voorzieningen kunnen zijn wanneer mensen er niet zorgvuldig mee omgaan.
Het bekende bankje staat voorlopig nog steeds in het Wilhelminapark, maar mist nu het detail dat het juist zo bijzonder maakte. Toch zal het voor veel bezoekers waarschijnlijk nog altijd het ‘Maarten van Rossem-bankje’ blijven, met of zonder naamplaatje.