Algemeen
Edwin Wagensveld scheurt heilig islamboek op straat en in de rechtszaal
De leider van Pegida, Edwin Wagensveld, heeft zojuist in de rechtszaal in Den Haag het heilige boek voor moslims verscheurd.

Boekvernietiging
Nadat hij het heilige boek verscheurde, verliet hij vervolgens zijn
eigen rechtszaak, omdat hij twijfels had over de onpartijdigheid
van het 0penbaar Min*sterie, meldt het Algemeen Dagblad.

Wagensveld, die eerder al een koran had verscheurd, stond
terecht voor het beled!gen van moslims en werd geconfronteerd met
een voorgestelde b0ete van 700 euro van het OM.

Beled!ging
Wagensveld staat bekend als een uitgesproken tegenstander van de
islam en heeft de afgelopen maanden meerdere keren korans
verscheurd en sommige zelfs verbr*nd.

Het is in Nederland toegestaan om religieuze geschriften te
vernietigen, maar het 0M beschouwde zijn uitspraken over aanhangers
van de religie als te ver gaand.

Publiek platform
De leider van Pegida gebruikte zijn rechtszaak als een publiek
platform, zowel binnen als buiten de rechtszaal scheurde hij
pagina’s uit een koran.

Hij noemde het heilige boek een ‘fascistisch boek’ en zijn
rechtszaak een poppenkast. Vervolgens schreeuwde hij ‘f*ck the
islam’ en verliet de zaal, tot verbazing van velen.

Protesten
Wagensveld heeft met zijn acties wereldwijde protesten uitgelokt.
Op 22 januari van dit jaar vernielde hij een koran bij de Tweede
Kamer.

Het incident werd gefilmd en leidde tot verontwaardiging en
woede vanuit de hele wereld. In Turkije moest het Nederlandse
consulaat zelfs worden gesloten uit angst voor onrust.

In Libanon en Afghanistan werden Nederlandse vlaggen verbr*nd
als reactie.

Koran aan hondenriem
Wagensveld, die in Duitsland woont, had vandaag een koran aan een
hondenriem vastgemaakt.

Via een megafoon uitte hij zijn minachting voor het 0M.

Hij pakte een tweede koran en begon ook daar pagina’s uit te
scheuren, vastberaden om door te gaan met zijn protestacties.

Bij de actie waren slechts enkele agenten aanwezig, en verder niemand anders.
De voorman van #Pegida, Edwin Wagensveld, verscheurt een meegebrachte #koran voor de rechtbank in #DenHaag. Het OM daagt hem later vandaag voor de rechter. Niet voor het eerder verscheuren van de koran, maar wel voor een tekst die hij op 22 januari 2023 riep. pic.twitter.com/C6imeH0s3X
— Owen (@_owenobrien_) November 9, 2023
Algemeen
Schokkend nieuws: een tragisch einde voor oplichter Jetten: ‘Eindelijk gestraft’

Wat jarenlang in Den Haag werd gezien als een vanzelfsprekende, bijna vanzelfsprekende alliantie, lijkt definitief tot het verleden te behoren. De politieke samenwerking tussen Rob Jetten (D66) en Jesse Klaver (GroenLinks/PvdA) vertoont diepe scheuren en volgens ingewijden is van echte chemie nauwelijks nog sprake. Waar zij ooit als een soort progressief “power couple” werden beschouwd — eensgezind, zichtbaar en ideologisch verbonden — is nu vooral afstand, irritatie en wederzijds onbegrip voelbaar.

De breuk is niet plotseling ontstaan. Ze is het resultaat van weken, zo niet maanden, van oplopende spanningen, botsende strategieën en fundamenteel verschillende visies op hoe politiek bedrijven er in deze fase uit moet zien. Recente debatten maakten pijnlijk duidelijk dat wat ooit als complementair werd gezien, nu vooral schuurt.
Van bondgenoten naar tegenpolen
Jetten en Klaver stonden jarenlang symbool voor de progressieve samenwerking in Nederland. In talkshows, Kamerdebatten en klimaattoppen waren ze vaak samen te zien. De één scherp en ideologisch, de ander verbindend en strategisch. Samen vormden ze een herkenbaar front tegen rechts-populistische stromingen, tegen stilstand in klimaatbeleid en tegen groeiende ongelijkheid.
Die samenwerking werkte, zolang de omstandigheden relatief overzichtelijk waren en de vijand duidelijk. Maar nu de politieke realiteit complexer is geworden — met fragiele meerderheden, moeizame coalities en electorale druk — blijken hun verschillen steeds minder te overbruggen.

De hypotheekrenteaftrek als breekpunt
Het dossier dat de onderlinge spanningen definitief zichtbaar maakte, is de afbouw van de hypotheekrenteaftrek. Een thema dat al jaren gevoelig ligt, niet alleen in de Kamer, maar ook bij kiezers.
Voor Jesse Klaver is de positie helder en al lange tijd onveranderd: het systeem is ongelijk, bevoordeelt hogere inkomens en moet fundamenteel worden hervormd. Het is voor hem een ideologisch kernpunt, passend bij zijn bredere visie op herverdeling en rechtvaardigheid.
Rob Jetten staat daar anders in. Hoewel hij inhoudelijk niet per se tegen hervorming is, bevindt hij zich in een politieke werkelijkheid waarin compromissen onvermijdelijk zijn. Regeren betekent voor hem: stappen zetten die haalbaar zijn, ook als ze niet ideaal zijn.
Tijdens een recent debat probeerde Jetten de scherpe randjes af te vijlen:
“We hebben gekeken naar wat nodig is om de woningmarkt gezonder te maken. De experts zijn duidelijk: op lange termijn moet je ervan af.”
Het was een typische Jetten-zin: inhoudelijk richtinggevend, maar voorzichtig geformuleerd. Voor Klaver was dat precies het probleem. Waar hij helderheid en durf wil, ziet hij bij Jetten terughoudendheid en afzwakking.

“Er zijn al zoveel breekpunten gepasseerd…”
Het moment waarop de spanning echt voelbaar werd, kwam toen Jetten zichtbaar vermoeid in de plenaire zaal zei:
“Er zijn al zoveel breekpunten gepasseerd de afgelopen weken…”
Die opmerking ging over meer dan alleen de hypotheekrenteaftrek. Voor veel waarnemers klonk het als een verzuchting van iemand die het gevoel heeft voortdurend over zijn eigen grenzen te moeten gaan. Alsof hij probeerde een samenwerking in stand te houden die intern al was vastgelopen.
Volgens insiders is dit precies waar het misging. Jetten voelt zich steeds vaker klemgezet tussen zijn eigen partij, coalitiepartners en de verwachtingen van progressieve bondgenoten. Klaver, zo wordt gefluisterd, zou vinden dat Jetten te snel toegeeft en te weinig strijdt.

Idealisme versus pragmatisme
De kern van het conflict lijkt te liggen in hun politieke karakter.
Jesse Klaver blijft de idealist. De politicus van grote woorden, duidelijke lijnen en principiële standpunten. Voor hem is politiek in de eerste plaats een moreel kompas: je staat ergens voor, en daar wijk je niet zomaar van af.
Rob Jetten is de pragmaticus. Iemand die gelooft in vooruitgang via haalbare stappen, via onderhandelingen en via het zoeken naar meerderheden. Voor hem is politiek niet alleen zeggen wat juist is, maar vooral zorgen dat er íets gebeurt.
Ooit vulden die rollen elkaar aan. Nu botsen ze frontaal.
De druk van regeren
De huidige politieke constellatie maakt de situatie extra explosief. Op het dossier van de hypotheekrenteaftrek staan de partijen lijnrecht tegenover elkaar:
-
D66 wil afbouw
-
CDA staat daar inmiddels ook voor open
-
VVD wil er absoluut niet aan tornen
Jetten zit daarmee gevangen tussen twee werelden. Aan de ene kant de progressieve visie die hij deelt met Klaver, aan de andere kant de compromissen die nodig zijn om überhaupt beleid van de grond te krijgen.
Klaver heeft die druk niet in dezelfde mate. Als oppositieleider kan hij scherper zijn, duidelijker, minder gebonden aan bestuurlijke realiteit. Dat verschil in positie vergroot het onderlinge onbegrip.
Een insider vatte het treffend samen:
“Jesse vindt dat Rob te veel toegeeft. Dat hij te snel buigt. Dat knaagt.”
Een symbolisch moment
Het debat dat onlangs viraal ging op sociale media wordt inmiddels gezien als het symbolische eindpunt van hun politieke band. Klaver keek zichtbaar weg terwijl Jetten sprak. Jetten klonk vermoeid, minder energiek dan normaal.
Het was geen explosieve ruzie, geen harde woordenwisseling. Maar juist die stilte, die afstand, zei alles. Het deed denken aan twee mensen die op een feest naast elkaar staan, maar elkaar niet meer aankijken.
Wat betekent dit voor progressief Nederland?
De verwijdering tussen Jetten en Klaver is meer dan een persoonlijk conflict. Ze staat symbool voor een bredere spanning binnen progressief Nederland:
-
idealisten versus pragmatisten
-
principes versus compromissen
-
harten versus hoofden
De vraag die nu boven de markt hangt, is hoe duurzaam progressieve samenwerking nog is als de onderlinge vertrouwensband zo zichtbaar beschadigd is.
Vooruitblik: wat nu?
Met nieuwe formatierondes in het vooruitzicht wordt de situatie extra precair. Wie trekt straks met wie op? En belangrijker: wie durft nog te bouwen op een bondgenootschap dat zo openlijk is gescheurd?
Voorlopig lijkt de politieke “liefde” tussen Rob Jetten en Jesse Klaver verdwenen. Wat overblijft, is een kille professionaliteit — en de wetenschap dat zelfs de sterkste allianties kunnen bezwijken onder druk.
In Den Haag wordt inmiddels gefluisterd dat dit niet zomaar een tijdelijke crisis is, maar een structurele breuk. Of die ooit nog te lijmen valt, is hoogst onzeker. Eén ding is duidelijk: het tijdperk waarin Jetten en Klaver vanzelfsprekend samen optrokken, lijkt voorbij.